Geschiedenis

Al tijdens WO-II ontstond er gebrek aan goed oefenmateriaal. Men kwam grote verwondingen tegen, waarvan men niet goed wist hoe die verbonden moesten worden. Natuurlijk was er al wel een Eerste-Hulp-opleiding, maar daar werden alleen kleine verwondingen behandeld. Er is toen in Engeland een groep mensen zich mee bezig gaan houden, die zich ‘Casualties Union’ noemden. (dit betekent: Unie van slachtoffers)
Deze mensen zochten allerlei materiaal om een verwonding zo realistisch mogelijk na te maken. Ze gebruikten een soort klei en ook stopverf om niet in hun eigen huid te hoeven snijden. Voor bloed namen ze koeienbloed!

Pas in de 60-er jaren kwam dit naar Nederland overwaaien en er was direct een behoorlijke belangstelling voor. In 1962 werd er een voorzichtig begin gemaakt met een opleiding tot LOTUS slachtoffer.
In Utrecht werd een studieweekend georganiseerd door de Engelsen en het Oranje Kruis; dat zoals jullie wel weten, aan het hoofd staat van alle EHBO-opleidingen. Dit studieweekend was zo’n groot succes, dat er werd besloten in 1963 met de eerste opleiding te beginnen. Deze opleiding bestond uit 16 zaterdagen hard werken. Er namen toen 22 EHBO-ers aan deel.
Het examen bestond, ook toen al, uit het uitbeelden van bewusteloosheid, shock en twee verwondingen. Het allermoeilijkste was, en is nu nog steeds, het goed op kleur brengen van het grime materiaal.

Daarna komt de enscenering, of, hoe is de verwonding is ontstaan?
Hierbij moet het slachtoffer zich altijd afvragen: Kan deze verwonding door deze toedracht ontstaan zijn?
Beeld je een verstuikte enkel uit dan heb je waarschijnlijk geen hoofdletsel.

 

Al met al is het dus nog steeds een opleiding die je niet zomaar even doet. Er komt heel wat bij kijken en je bent dan ook ruim één jaar bezig met de opleiding. Je moet kunnen grimeren, de verwonding moet kloppen met het verhaal, je moet kunnen acteren, maar ook moet je de medische achtergrondkennis hebben om een letsel goed uit te kunnen beelden.